Statement

English
John Konijn paints subjects from his immediate environment: horizon, skies, land, houses and infrastructure in many ways. They are classical themes that he puts more and more to his hand. Full of enthusiasm he paints a world that he experiences to be bizar but also mysterious.

In the past seven years Konijn has made himself own several personal motifs. The starting point is a big fascination for the space effect on the canvas and the way in which light effects can be used. Besides colour, light and space there is another important component in his landscapes: rhythm. Strains of trees are represented as a row that you see while passing by. With this effect in mind there is a surprising affinity with his paintings of highways: the landscape seems to be seen from a car passing by.

Though Konijn does not work from a conceptual point of view, there is question of a clear location. The paintings of Konijn do not deepen along the path of art theory, but they deepen by his need to transform a dull predictable world into a place of interest.
 


In de afgelopen zeven jaar maakte Konijn zich meerdere persoonlijke
motieven eigen. Met als uitgangspunt een grote fascinatie voor de
ruimtewerking op het doek en de manier waarop lichteffecten kunnen
worden ingezet en weergegeven, werkte hij consequent een vijftal thema’s
uit: Bossen, autowegen, steden, parken en dromen. Het gaat steeds om
motieven die aan zijn directe omgeving refereren. Een plek in de
provincie in nabijheid van bomen en bossen, waar autowegen doorheen
slingeren en flatgebouwen staan. Binnen dit raamwerk zoekt hij naar
variaties in kleur en intentie, soms met een duidelijke verwijzing naar
schilders en schilderkunst die hij bewondert. Afwisselend maakt hij van
vloeibaarheid en stroperigheid in de verf gebruik. Zo ontstaat de voor
zijn werk kenmerkende sfeer. Landschappen waarin weliswaar eigentijdse
stedelijke elementen aanwezig zijn, maar die desalniettemin vooral veel
lucht en lover tonen.

Zijn bijzondere interesse in kleur en kleureffecten komt naar voren in
de diversiteit van sommige details op het doek. Het zonlicht of het
lamplicht dat weerkaatst op water, een meer op de achtergrond of een
plas water in het zand. Konijn varieert zoveel mogelijk. Binnen het
bereik van één onderwerp, bossen, autowegen, verlichtte steden, varieert
hij met kleuren en het ritme van de kwaststreken. Zacht licht gefilterd
door boombladeren, die de schors op de stammen wit, groen en bruin laat
oplichten. Water op grijze stoeptegels en zwart asfalt en avondrood,
Konijn kijkt nieuwsgierig om zich heen, op zoek naar die landschappen en
momenten van de dag waarop de realiteit zich aan je voordoet als in een
droom. Het uur van de wolf als autolichten contrasteren met het
donkerblauw, zwart van de hemel, als de bomen en de daken van de huizen
zich aftekenen als een precieze scheidslijn tussen bebouwing en lucht.

Hoewel Konijn niet vanuit een conceptueel standpunt werkt, is er wel
sprake van een duidelijke plaatsbepaling. De schilderijen van Konijn
verdiepen zich niet langs de weg van de kunsttheorie, maar via zijn
behoefte om van een saaie, voorspelbare wereld een bezienswaardigheid te
maken. Konijn brengt  kleine onderdelen en details van de werkelijkheid
op het doek tot leven. Niet alles hoeft mooi te zijn. Hij bewondert
Tjebbe Beekman vanwege diens verfgebruik en het vrijmoedige gebruik van
restmaterialen zoals as en zand. Er is een echo van de impressionisten,
maar ook een echo van Anselm Kiefer in zijn werk te bespeuren.

Experimenterend met kleur schildert hij zijn motieven. Hoe belangrijk
deze  kleurexperimenten zijn, blijkt uit enkele abstracte werken waarop
hij de effecten van complementaire kleuren uitprobeert. De ervaring die
hij opdoet word ingezet in om zijn landschappen of ‘Fieldrecordings’.
Een mooie benaming, waarmee hij verwijst naar het verschijnsel van een
specifieke reeks geluidsopnames die registreren wat zich voordoet in de
natuur. Zijn interesse voor dergelijke opnames, stemt overeen met zijn
fascinatie voor beweging. Naast kleur, licht en ruimte blijkt ritme in
zijn landschappen een belangrijke component. Vooral op lange liggende
doeken (95 bij 180 cm.)  die zich als een panorama uitstrekken, doen de
stammen van de bomen zich voor als een rij die je in het voorbijgaan
ziet. Met dit effect voor ogen is er sprake van een verassende
verwantschap met zijn schilderijen van autowegen: steeds lijkt het
landschap vanuit een voertuig bekeken te zijn.

Op dit moment staat Konijn aan de vooravond van een nieuwe
werksequentie. In de afgelopen zeven jaar vond hij zijn motieven. Nu wil
hij deze motieven verder uitwerken. Daarbij ziet hij twee mogelijkheden:
Hij wil reizen om de intensiteit van de landschappen te vergroten, musea
te bekijken en werk van collegae te bestuderen; De uiteenzetting met de
thema’s op zijn atelier is van groter belang. Fantasie en werkelijkheid
staan op de doeken van Konijn dicht naast elkaar en het meeste werk
ontstaat tijdens lange ateliersessies. Indrukken van buiten zijn
belangrijk – de landschappen zijn even werkelijk als wat je langs
snelwegen in verschillende provincies kan zien – maar pas op het atelier
door  kleurgebruik en schilderhand, worden zij wat zij volgens Konijn
moeten zijn. Konijn maakt mysterieus wat wij dagelijks zien, verhevigt
de ervaring van de werkelijkheid terwijl hij werkt. Hij plant voor de
komende periode een serie grote werken, waarin het panorama een rol kan
spelen. Het eigentijdse landschap snelt immers vaker aan ons voorbij,
dan dat het zicht in alle rust vertoond. Met dit idee voor ogen kan zijn
beeldtaal worden uitgediept en geactualiseerd.
(Saskia Monshouwer, 2017)

 

 

Hans Koorman, mei 2016